De koffer

‘Daar is hij lieverd.’ Mijn vriend wijst naar een grote zwarte koffer. Ik maak aanstalten om hem van de band te tillen, maar Lennart houdt me meteen tegen.

‘Wat denk jij te gaan doen?’ Hij geeft me zijn bekende charmante glimlach en tilt vervolgens mijn koffer van de band. Ik heb echt de beste en de liefste uitgekozen. Als bijkomstigheid heeft hij ook nog een goddelijk lichaam en is het een heerlijk ding om naar te kijken. Ik geef hem een dankbare blik. Tijd om naar huis te gaan. Een half uurtje later stappen we ons appartement binnen. Ook al hebben we een fantastische vakantie gehad, thuiskomen blijft altijd fijn. Je eigen stekkie, je eigen bed, je eigen bank. ‘Koffers kunnen bij de wasmachine, dat komt morgen wel,’ zeg ik tegen Lennart. ‘De rest van de dag doe ik niets meer.’ Het is pas half een ’s middags, maar gezien het tijdsverschil en een beroerde vlucht in een te krap vliegtuig heb ik praktisch een nacht overgeslagen. Ik ben doodop.

Lennart gaat achter me staan en slaat zijn armen om me heen. ‘Wat dacht je van een overheerlijk bad met aansluitend een massage?’ vraagt hij.

Echt hoor.

Veeg.

Me.

Op.

Ik laat mijn hoofd op zijn borstkas rusten, terwijl hij zachte kusjes in mijn hals geeft. De vermoeidheid verdwijnt als sneeuw voor de zon en ik krijg spontaan zin om hem naar de slaapkamer te sleuren. Die gedachte wordt onderbroken door de ringtone van mijn telefoon. Ik pak hem erbij en zie een onbekend nummer in het scherm staan. Meestal negeer ik die belletjes, maar om een of andere reden neem ik toch op. ‘Met Lisa.’

Het is een moment stil aan de andere kant van de lijn en dan hoor ik een twijfelende mannenstem. ‘Ja hoi… met Milan.’

Ik voel mijn adem stokken. Milan. Die naam. Er komen gelijk honderdduizend herinneringen mijn hoofd binnen geslingerd, maar ik heb geen tijd om erover na te denken want Milan praat verder.

‘Kan het zijn dat je per ongeluk de verkeerde koffer hebt meegenomen?’

‘Ik… uhmm…’ Ik probeer mijn gedachten onder controle te krijgen. Doe even normaal. Die jongen heet Milan, so what? Er zijn duizenden Milans in Nederland. Ik schraap mijn keel. ‘Ik denk het niet, hoezo?’

‘Nou ik heb hier namelijk een koffer met jouw naam erop. Lisa de Roode. Dat ben jij?’

Ik voel mijn ogen groot worden van verbazing. ‘Oh god echt? Wat stom zeg!’ Ik loop meteen naar mijn koffer die blijkbaar mijn koffer niet is. Eenmaal bij de koffer kijk ik op het label die eraan hangt. Ik blijf ernaar staren, terwijl ik voor de tweede keer niets kan uitbrengen. Milan Verhallen. Hoeveel Milan Verhallens zijn er in Nederland? Waarschijnlijk niet heel veel. Mijn hartslag gedraagt zich spontaan alsof ik de marathon heb gelopen en ik weet letterlijk niet wat ik moet zeggen.

‘Lisa?’

Ik blijf naar het label staren. Milan Verhallen. Het is hem echt.

‘Jij bent het hè?’ zegt hij zacht. ‘Ik dacht het al toen ik de naam zag. Het leek me eerlijk gezegd te veel toeval, maar je bent het echt. Ongelofelijk.’ Zijn stem klinkt warm. Compleet anders dan de laatste keer dat ik die stem hoorde.

‘Ja…’ Het is het enige wat ik uit kan brengen. Hoe groot is de kans dat ik mijn ex, die ik twaalf jaar geleden voor het laatst heb gezien en gesproken, degene waar ik diep van binnen nog steeds niet over heen ben, op deze manier weer tegenkom? Ik zou het een wiskundige moeten vragen. Lennart dus. Alleen Lennart heeft geen idee van het bestaan van Milan en dat wil ik graag zo houden. Ik vraag me af wat ik in godsnaam moet doen. Die koffer moet terug naar Milan, maar dan moet ik hem zien en het idee alleen al geeft heftige hartritmestoornissen.

Milan verbreekt de stilte. ‘Dit is bizar hè?’

‘Waar woon je?’ hoor ik mezelf vragen.

‘Ik sta nog op Schiphol,’ antwoordt hij. ‘Ik heb nogal lang staan wachten bij de bagageband en dit is de enige koffer die overbleef. Jouw koffer dus.’ Het is even stil. ‘Ik kan ook wel naar jou komen hoor, dat scheelt jou weer.’

‘Néé,’ reageer ik snel. ‘Ik kom wel naar Schiphol. Het is een klein stukje, ik ben er zo.’ Ik wil niet dat Lennart en Milan elkaar ontmoeten. Geen idee waarom eigenlijk, maar ik wil het niet. Lijkt me gewoon een beetje ongemakkelijk. Milan en ik spreken af waar we elkaar ontmoeten en niet veel later zit ik weer in de auto richting Schiphol. Lennart leek het hele verhaal van de verkeerde koffer wel hilarisch te vinden en ik moest heel hard mijn best doen om hem ervan te overtuigen dat hij niet mee hoefde. De hele rit naar Schiphol leg ik af met een steen in mijn maag. Ik sta straks tegenover Milan. De liefde van mijn leven. Driftig schud ik mijn hoofd. Lennart is de liefde van mijn leven. Ik dacht dat het Milan was, maar dat had ik mis. Eenmaal bij Schiphol loop ik met gierende zenuwen en slappe benen naar de afgesproken plek. Ik zie hem vanuit de verte al staan. Hij is geen spat veranderd. Hoe heb ik hem niet kunnen spotten in het vliegtuig of bij de bagageband? Hoe dichterbij ik kom, hoe heftiger mijn lijf reageert. Hij kijkt naar me met zijn blauwgrijze ogen en daar stopt hij niet mee. Hij blijft maar kijken met een glimlach op zijn gezicht die kleine kraaienpootjes rondom zijn ogen creëren. Het is onweerstaanbaar. Na twaalf jaar is hij nog steeds onweerstaanbaar. Ik ben nog maar een paar stappen van hem verwijderd. Met elke stap die ik zet dringt de werkelijkheid verder door. Milan is nog steeds de liefde van mijn leven.


Ontdek meer van Emma van Zweden

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑