Ik kijk naar beneden. Mijn ski’s bungelen in het luchtledige boven het witte sneeuwdek. Het is de enige kant die ik op wil kijken. Kijk ik naar rechts, dan word ik herinnerd aan het feit dat gisteren alles nog perfect was. Het enige waar ik over na hoefde te denken was verse sneeuw, de perfecte skipiste, een goede après ski bar en Bas. Dezelfde Bas die nu aan de linkerkant van mij zit. Ik durf niet naar hem te kijken. Ik kan niet begrijpen dat degene naast mij dezelfde man is als met wie ik de afgelopen week fantastische nachten heb beleefd. Voor hem was het allemaal een vooropgezet plan, voor mij liefde op het eerste gezicht. Ik denk aan Lara, mijn beste vriendin, die we in het appartement hebben achtergelaten bij Finn. Ik dacht dat Finn Bas zijn beste vriend was, nu weet ik dat het enkel zijn handlanger is. Ik heb hem gesmeekt om Lara erbuiten te houden. ‘Dat kan echt niet schatje’, had hij geantwoord. ‘Zij is mijn verzekeringspolis. Zie je, als jij besluit iets doms te gaan doen zoals mij tegenwerken, dan legt Finn haar als eerste om. En ik weet zeker dat je dat liever niet hebt,’ knipoogde hij gladjes. Ik voel een rilling over mijn rug lopen als ik terugdenk aan die woorden.
‘Heb je het koud meissie?’ hoor ik naast me. Ik kan een tweede rilling nog net onderdrukken. Hoe durft hij me nu nog meissie te noemen? Ik voel de loop van zijn pistool tegen mijn zij drukken. Ik durf hem nog steeds niet aan te kijken en blijf daarom onverminderd naar mijn ski’s staren. Als antwoord schud ik lichtjes mijn hoofd. Ik voel zijn vingers onder mijn kin en dwingend drukt hij mijn hoofd opzij, zodat ik hem wel aan moet kijken. De groengrijze ogen waar ik als een blok voor ben gevallen kijken me nu donker aan.
‘Als je gewoon meewerkt, dan is er niets om je zorgen over te maken, duidelijk?’
Ik knik zwakjes. Wat moet ik anders? Als ik ook maar iets doe, dan zie ik Lara nooit meer terug. Die gedachte is niet te verkroppen. De vriendschap die ik met haar heb is echt uniek, ook al kennen we elkaar nog niet eens zo heel lang. Een kleine twee jaar nu. De eerste dag dat ze bij ons de afdeling op kwam lopen, begonnen we met kletsen en daar zijn we nooit meer mee gestopt. Skieën is onze gezamenlijke passie en dat hebben we dus ook al heel wat keertjes gedaan. Gewoon een dagje naar Snowworld of Botrop en nu voor de eerste keer een wintersportvakantie. Ik had nooit gedacht dat het zo zou eindigen. Ik voel voor het eerst de tranen in mijn ogen prikken. Tot nu toe had de shock nog de overhand, nu realiseer ik me in wat voor ellendige situatie ik zit. Ik word onder schot gehouden door de man met wie ik vannacht nog het bed heb gedeeld. Ik kan letterlijk nergens heen en niemand kan me helpen. Ik sta er compleet alleen voor. Die gedachte maakt me doodsbang. Ik probeer helder na te denken voor zover ik dat nog kan in deze situatie. Ik moet iets bedenken. Er moet een manier zijn om iemand te waarschuwen zonder dat hij het in de gaten heeft. Ik voel zijn blik op me rusten. Dat gestaar zorgt ervoor dat ik alleen maar zenuwachtiger wordt. Je hoort toch altijd dat je instinct het in stresssituaties overneemt? Waar blijft mijn instinct dan? Die staat duidelijk nog op non-actief, want ik heb echt geen flauw idee wat ik moet doen. Ik ben opgegroeid in een nette buurt, met saaie ouders en brave vrienden. In theorie weet ik wat geweld inhoudt, maar daar houdt het echt mee op. Ik heb zelfs nog nooit een zelfverdedigingscursus gevolgd. Daar heb ik nu spijt van. Ik zie dat we het einde van de lift naderen. Grote groepen mensen staan te wachten om weer naar beneden gebracht te worden. Ik moet het toch op een of andere manier voor elkaar zien te krijgen om iemand te waarschuwen? Misschien kan ik erachter komen waar hij me heen brengt. Ik aarzel en denk nogmaals aan Lara. Alles om te voorkomen dat zij in gevaar komt. Ik schraap mijn keel. ‘Waar gaan we eigenlijk naar toe?’ vraag ik. Ik probeer zeker te klinken, maar de trilling in mijn stem is duidelijk hoorbaar.
‘Dat zie je vanzelf,’ antwoordt hij.
‘Oké. Maar duurt het nog lang? Ik moet echt heel nodig plassen.’ Geen idee hoe ik daar ineens op kom, maar het is eruit voor ik het in de gaten heb. Hij kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan.
‘Dan hou je het maar op.’
‘Ja nee natuurlijk, ik pies wel in m’n broek,’ reageer ik pinnig. Ik zie zijn mondhoeken iets opkrullen.
‘Weet je Vajén, ergens vind ik dit wel jammer. Het is dat ik er een flinke bak geld aan overhoudt, anders was ik misschien wel afgehaakt. We hebben een leuke week gehad. Een andere setting en misschien had ik dan bij thuiskomst je nummer wel bewaard.’
‘Goh, ik voel me gelijk een stuk beter.’ Ik kijk hem met samengeknepen ogen aan. ‘Je houdt er dus een bak geld aan over? Dit heb je dan niet zelf bedacht?’ vraag ik quasi nonchalant. Ik zie aan zijn reactie dat hij baalt. Hij heeft zijn mond voorbij gepraat. Inwendig glimlach ik. Nog een paar meter en dan kunnen we uitstappen. Ik voel mijn zelfvertrouwen groeien. Misschien heeft hij een dusdanige zwak voor me dat ik dat kan uitbuiten. Bovendien weet ik nu iets wat ik tien minuten geleden met het instappen niet wist: hij is niet het brein achter dit plan.
Ontdek meer van Emma van Zweden
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Plaats een reactie